NED
Gratis proefles
Sterk of zwak?liep of loopte? Oefen de onregelmatige werkwoorden met een klikspel. Speel het werkwoordenspel

Alle vormen naast elkaar: presens, imperfectum en perfectum.

Vet = meest voorkomend SCH = scheidbaar werkwoord HET = onpersoonlijk, alleen met 'het'

Onregelmatige werkwoorden

202 werkwoorden
InfinitiefPresens (ik)Presens (jij)ImperfectumPerfectumEnglish
aanbieden SCHbied aanbiedt aanbood aan, boden aanaangebodenoffer
bakkenbakbaktbakte, baktengebakkenbake, fry
barstenbarstbarstbarstte, barsttenis gebarstenburst, crack
bedervenbederfbederftbedierf, bedierven(is) bedorvenspoil
bedriegenbedriegbedriegtbedroog, bedrogenbedrogendeceive
beginnenbeginbegintbegon, begonnenis begonnenbegin, start
begrijpenbegrijpbegrijptbegreep, begrepenbegrepenunderstand
bekijkenbekijkbekijktbekeek, bekekenbekekenlook at, view
bergenbergbergtborg, borgengeborgenstore, salvage
beschrijvenbeschrijfbeschrijftbeschreef, beschrevenbeschrevendescribe
besluitenbesluitbesluitbesloot, beslotenbeslotendecide
bestaanbestabestaatbestond, bestondenbestaanexist
bevallenbevalbevaltbeviel, bevielenis bevallengive birth; please
bevelenbeveelbeveeltbeval, bevalenbevolencommand
bewegenbeweegbeweegtbewoog, bewogenbewogenmove
bewijzenbewijsbewijstbewees, bewezenbewezenprove
bezwijkenbezwijkbezwijktbezweek, bezwekenis bezwekensuccumb
biddenbidbidtbad, badengebedenpray
biedenbiedbiedtbood, bodengebodenoffer
bijtenbijtbijtbeet, betengebetenbite
bindenbindbindtbond, bondengebondentie
blazenblaasblaastblies, bliezengeblazenblow
blijkenblijkblijktbleek, blekenis geblekenappear, turn out
blijvenblijfblijftbleef, blevenis geblevenstay, remain
bradenbraadbraadtbraadde, braaddengebradenroast
brekenbreekbreektbrak, brakengebrokenbreak
brengenbrengbrengtbracht, brachtengebrachtbring
buigenbuigbuigtboog, bogengebogenbend, bow
delvendelfdelftdolf, dolvengedolvendig, delve
denkendenkdenktdacht, dachtengedachtthink
dingendingdingtdong, dongengedongencompete, bargain
doendoedoetdeed, dedengedaando
dragendraagdraagtdroeg, droegengedragencarry, wear
drijvendrijfdrijftdreef, drevengedrevenfloat, drive
dringendringdringtdrong, drongengedrongenpush, urge
drinkendrinkdrinktdronk, dronkengedronkendrink
druipendruipdruiptdroop, dropen(is) gedropendrip
duikenduikduiktdook, doken(is) gedokendive
dwingendwingdwingtdwong, dwongengedwongenforce, compel
eteneeteetat, atengegeteneat
ervarenervaarervaartervoer/ervaarde, ervoeren/ervaardenervarenexperience
fluitenfluitfluitfloot, flotengeflotenwhistle
gaangagaatging, gingenis gegaango
geldengeldgeldtgold, goldengegoldenapply, be valid
genezengeneesgeneestgenas, genazen(is) genezenheal, cure
genietengenietgenietgenoot, genotengenotenenjoy
gevengeefgeeftgaf, gavengegevengive
gietengietgietgoot, gotengegotenpour
glijdenglijdglijdtgleed, gledenis gegledenslip, slide
glimmenglimglimtglom, glommengeglommengleam, shine
gravengraafgraaftgroef, groevengegravendig
grijpengrijpgrijptgreep, grepengegrepengrab, seize
hangenhanghangthing, hingengehangenhang
hebbenhebhebthad, haddengehadhave
heffenhefhefthief, hievengehevenraise, lift
helpenhelphelpthielp, hielpengeholpenhelp
hetenheetheetheette, heettengehetenbe called
hoevenhoefhoefthoefde, hoefdengehoevenneed (to)
houdenhoudhoudthield, hieldengehoudenhold, keep
jagenjaagjaagtjaagde/joeg, jaagden/joegengejaagdhunt
kiezenkieskiestkoos, kozengekozenchoose
kijkenkijkkijktkeek, kekengekekenlook
klimmenklimklimtklom, klommen(is) geklommenclimb
klinkenklinkklinktklonk, klonkengeklonkensound
knijpenknijpknijptkneep, knepengeknepenpinch, squeeze
komenkomkomtkwam, kwamenis gekomencome
kopenkoopkooptkocht, kochtengekochtbuy
krijgenkrijgkrijgtkreeg, kregengekregenget, receive
krimpenkrimpkrimptkromp, krompenis gekrompenshrink
kruipenkruipkruiptkroop, kropen(is) gekropencrawl
kunnenkankuntkon, kondengekundbe able, can
kwijtenkwijtkwijtkweet, kwetengekwetenacquit
lachenlachlachtlachte, lachtengelachenlaugh
ladenlaadlaadtlaadde, laaddengeladenload, charge
latenlaatlaatliet, lietengelatenlet, leave
lezenleesleestlas, lazengelezenread
liegenliegliegtloog, logengelogenlie
liggenligligtlag, lagengelegenlie (down)
lijdenlijdlijdtleed, ledengeledensuffer
lijkenlijklijktleek, lekengelekenappear, seem
lopenlooplooptliep, liepen(is) gelopenwalk, run
malenmaalmaaltmaalde, maaldengemalengrind
melkenmelkmelktmolk, molkengemolkenmilk
metenmeetmeetmat, matengemetenmeasure
mijdenmijdmijdtmeed, medengemedenavoid
moetenmoetmoetmoest, moestengemoetenmust, should
mogenmagmagmocht, mochtengemogenbe allowed to, may
nadenken SCHdenk nadenkt nadacht na, dachten nanagedachtthink about
nemenneemneemtnam, namengenomentake
ontbijtenontbijtontbijtontbeet, ontbetenontbetenhave breakfast
ondervindenondervindondervindtondervond, ondervondenondervondenexperience
onderzoekenonderzoekonderzoektonderzocht, onderzochtenonderzochtinvestigate
ontslaanontslaontslaatontsloeg, ontsloegenontslagenfire, dismiss
ontstaanontstaontstaatontstond, ontstondenis ontstaanarise, originate
ontvangenontvangontvangtontving, ontvingenontvangenreceive
opschieten SCHschiet opschiet opschoot op, schoten opis opgeschotenhurry up
overlijdenoverlijdoverlijdtoverleed, overledenis overledenpass away
plegenpleegpleegtplacht, plachten-be in the habit of
prijzenprijsprijstprees, prezengeprezenpraise
radenraadraadtraadde/ried, raadden/riedengeradenguess, advise
rijdenrijdrijdtreed, reden(is) geredenride, drive
rijgenrijgrijgtreeg, regengeregenthread, lace
rijzenrijsrijstrees, rezenis gerezenrise
roepenroeproeptriep, riepengeroepencall, shout
ruikenruikruiktrook, rokengerokensmell
scheidenscheidscheidtscheidde, scheiddengescheidenseparate, divorce
scheldenscheldscheldtschold, scholdengescholdenscold, swear
schenkenschenkschenktschonk, schonkengeschonkenpour, give
scheppenschepscheptschiep, schiepengeschapencreate
scherenscheerscheertschoor, schorengeschorenshave
schietenschietschietschoot, schotengeschotenshoot
schijnenschijnschijntscheen, schenengeschenenshine, seem
schijtenschijtschijtscheet, schetengeschetenshit (vulgar)
schrijvenschrijfschrijftschreef, schrevengeschrevenwrite
schrikkenschrikschriktschrok, schrokkenis geschrokkenbe shocked
schuilenschuilschuiltschool, scholengescholenshelter, hide
schuivenschuifschuiftschoof, schovengeschovenpush, shove
slaanslaslaatsloeg, sloegengeslagenhit, strike
slapenslaapslaaptsliep, sliepengeslapensleep
slijpenslijpslijptsleep, slepengeslepensharpen, grind
slijtenslijtslijtsleet, sleten(is) gesletenwear out
slinkenslinkslinktslonk, slonkenis geslonkenshrink, dwindle
sluipensluipsluiptsloop, slopen(is) geslopensneak, creep
sluitensluitsluitsloot, slotengeslotenclose
smeltensmeltsmeltsmolt, smolten(is) gesmoltenmelt
smijtensmijtsmijtsmeet, smetengesmetenthrow, fling
snijdensnijdsnijdtsneed, snedengesnedencut
snuitensnuitsnuitsnoot, snotengesnotenblow (nose)
spannenspanspantspande, spandengespannenstretch, tighten
spinnenspinspintspon, sponnengesponnenspin, purr
splijtensplijtsplijtspleet, spletengespletensplit, cleave
sprekenspreekspreektsprak, sprakengesprokenspeak
springenspringspringtsprong, sprongen(is) gesprongenjump
spruitenspruitspruitsproot, sprotenis gesprotensprout
spugenspuugspuugtspoog, spogengespogenspit
staanstastaatstond, stondengestaanstand
stekensteeksteektstak, stakengestokenstab, sting
stelensteelsteeltstal, stalengestolensteal
stervensterfsterftstierf, stiervenis gestorvendie
stijgenstijgstijgtsteeg, stegenis gestegenclimb, rise
stinkenstinkstinktstonk, stonkengestonkenstink
stotenstootstootstootte, stoottengestotenbump, push
strijdenstrijdstrijdtstreed, stredengestredenfight, struggle
strijkenstrijkstrijktstreek, strekengestrekeniron, stroke
stuivenstuifstuiftstoof, stoven(is) gestovenblow, rush
tredentreedtreedttrad, tradenis getredenstep, tread
treffentreftrefttrof, troffengetroffenhit, meet
trekkentrektrekttrok, trokkengetrokkenpull, travel
uitgeven SCHgeef uitgeeft uitgaf uit, gaven uituitgegevenspend, publish
vallenvalvaltviel, vielenis gevallenfall
vangenvangvangtving, vingengevangencatch
varenvaarvaartvoer, voeren(is) gevarensail
vechtenvechtvechtvocht, vochtengevochtenfight
verbiedenverbiedverbiedtverbood, verbodenverbodenforbid
verdwijnenverdwijnverdwijntverdween, verdwenenis verdwenendisappear
vergelijkenvergelijkvergelijktvergeleek, vergelekenvergelekencompare
vergetenvergeetvergeetvergat, vergaten(is) vergetenforget
verkopenverkoopverkooptverkocht, verkochtenverkochtsell
verliezenverliesverliestverloor, verlorenverlorenlose
vermijdenvermijdvermijdtvermeed, vermedenvermedenavoid
verschijnenverschijnverschijntverscheen, verschenenis verschenenappear
verstaanverstaverstaatverstond, verstondenverstaanunderstand (hear)
vertrekkenvertrekvertrektvertrok, vertrokkenis vertrokkendepart, leave
vindenvindvindtvond, vondengevondenfind
vlechtenvlechtvlechtvlocht, vlochtengevlochtenbraid, weave
vliegenvliegvliegtvloog, vlogen(is) gevlogenfly
vouwenvouwvouwtvouwde, vouwdengevouwenfold
vragenvraagvraagtvroeg, vroegengevraagdask
vretenvreetvreetvrat, vratengevretendevour, gorge
vriezenvriesvriestvroor, vrorengevrorenfreeze
waaienwaaiwaaitwaaide/woei, waaiden/woeiengewaaidblow (wind)
wassenwaswastwaste, wastengewassenwash
wegenweegweegtwoog, wogengewogenweigh
werpenwerpwerptwierp, wierpengeworpenthrow
wervenwerfwerftwierf, wiervengeworvenrecruit
wetenweetweetwist, wistengewetenknow
wevenweefweeftweefde/woof, weefden/wovengewevenweave
wijkenwijkwijktweek, wekenis gewekenyield, retreat
wijtenwijtwijtweet, wetengewetenblame
wijzenwijswijstwees, wezengewezenshow, point
willenwilwiltwilde/wou, wildengewildwant
winnenwinwintwon, wonnengewonnenwin
wordenwordwordtwerd, werdenis gewordenbecome
wrekenwreekwreektwreekte, wreektengewrokenavenge
wrijvenwrijfwrijftwreef, wrevengewrevenrub
wringenwringwringtwrong, wrongengewrongenwring, squeeze
zeggenzegzegtzei, zeidengezegdsay
zendenzendzendtzond, zondengezondensend
zienziezietzag, zagengeziensee
zijnbenbentwas, warenis geweestbe
zittenzitzitzat, zatengezetensit
zingenzingzingtzong, zongengezongensing
zinkenzinkzinktzonk, zonkenis gezonkensink
zoekenzoekzoektzocht, zochtengezochtsearch, look for
zuigenzuigzuigtzoog, zogengezogensuck
zullenzalzultzou, zouden-will, would
zwelgenzwelgzwelgtzwolg, zwolgengezwolgenrevel, indulge
zwellenzwelzweltzwol, zwollenis gezwollenswell
zwemmenzwemzwemtzwom, zwommen(is) gezwommenswim
zwerenzweerzweertzwoer, zwoerengezworenswear
zwervenzwerfzwerftzwierf, zwierven(is) gezworvenwander, roam
zwijgenzwijgzwijgtzweeg, zwegengezwegenbe silent