Niveau A2

Nieuw in de buurt

Een buur begroeten, naar een plek vragen en een aanwijzing begrijpen.

Een verzonnen buurt

In deze oefening is Lina net verhuisd. Zij praat met haar buurman Omar. De buurt en alle plekken in het gesprek zijn verzonnen.

1
Bij de voordeur
Lees het gesprek. Welke plek zoekt Lina? Waar is die plek?
LinaGoedemorgen! Ik ben Lina. Ik woon hier sinds gisteren.
OmarWelkom in de buurt! Ik ben Omar, je buurman.
LinaAangenaam. Weet jij waar de bibliotheek is?
OmarJa. Loop rechtdoor tot het plein. De bibliotheek is naast het buurtcentrum.
OmarHet buurtcentrum herken je aan de groene deur.
LinaFijn, dank je wel. Tot ziens!
2
Waar moet Lina zijn?

Waar is de bibliotheek volgens Omar?

Woordenschat

Plekken en aanwijzingen

de buurmaneen man die naast je of dichtbij je woont
het buurtcentrumeen plek waar mensen uit de buurt samenkomen
rechtdoorverder lopen zonder links of rechts af te slaan
naastaan de linker- of rechterkant van iets
3
Help de nieuwe buur
Vul in: buurman · rechtdoor · naast. Gebruik elk woord één keer.
1 Omar woont dichtbij Lina. Hij is haar .
2 Sla niet links of rechts af. Loop tot het plein.
3 De bibliotheek is het buurtcentrum.
4
Maak kennis met een buur

Speel een kort gesprek in een verzonnen buurt.

  1. Groet je buur en stel jezelf voor.
  2. Vraag waar een bibliotheek of supermarkt is.
  3. Geef een eenvoudige aanwijzing en bedank elkaar.

Voorbeeldles · Je kunt invullen en opties kiezen. Antwoorden worden hier niet nagekeken of opgeslagen.